L.A.H. de Smet: Mijn militaire dienstplicht (eind 1938) en de daarop volgende mobilisatie (1), De onverhoedse aanval van de Duitse "Wehrmacht" op 10 mei 1940 en de capitulatie van Nederland op 14 mei 1940 (2), Mijn studie in Wageningen tijdens de Duitse bezetting, gevangenneming en deportatie naar Duitsland (3), Mijn gedwongen verblijf en verplichte tewerkstelling in Duitsland van 1943 - 1945 (4), "Bevrijding"door de Russen, repatriering, thuiskomst en terugkeer naar Wageningen (5, dl.1 en 2), Studentenverzet in Wageningen, loyaliteitsverklaring, "Arbeidseinsatz", zuiveringskwestie en verloren studiejaren (6, dl 1 en 2), Aantekeningen over speurwerk "rechercheur Postma" (7) en Neutraal Nederland; Collaboratie, Illegaliteit en Verzet tijdens de Duitse bezetting van 1940 - 1945 (aanwinst)
De auteur woont zijn HBS-tijd in Aardenburg (Z) bij zijn oma en tijdens vakanties helpt hij op de boerderij van zijn ouders in de buurt (St. Kruis). Zijn dienstplicht vervult hij in Den Haag (Alexanderkazerne), waar hij terrein leert opmeten. Tijdens diensttijd komt hij in verschillende plekken in Nederland. Bij de mobilisatie, augustus 1939, zit hij in Zeist, bij de "Triangulatieafdeling". Ze verhuizen naar een sanatorium. Het eten is goed en hij verdient 75 gulden p. m. De meidagen brengt hij door bij vliegveld Waalhaven en sorteert luchtfoto's. Er zijn bombardementen. Hij vlucht maar keert terug en ziet vanuit de verte het bombardement op Rotterdam. Na de capitulatie gaat hij terug naar Zeist. Eind mei mag hij op de fiets naar huis naar Zeeland en meldt zich af in zijn woonplaats St. Kruis. Eind september 1940 vertrekt hij naar Wageningen om aan de landbouwhogeschool te gaan studeren, waarover hij uitvoerig vertelt. Begin 1943 wordt hij in Zeeland opgepakt en naar de koepelgevangenis in Arnhem gebracht. Na inschrijving en afname van zijn bezittingen wordt hij opgesloten en mishandeld. Men verdenkt hem van medewerking aan het verdwijnen van het bevolkingsregister van Wageningen. In de cel zitten elkaar wantrouwende misdadigers, zwarthandelaren en verzetsmensen. Hij mag naar huis schrijven en pakjes ontvangen. Na 3 weken laat men hem gaan. Thuisgekomen ondertekent hij na wikken en wegen geen loyaliteitsverklaring. Na een mislukte poging om aan de arbeidsinzet te ontkomen, meldt hij zich in Tilburg. Per trein gaat hij naar het met prikkeldraad omheinde kamp Erica in Ommen. Huisvesting is in barakken in bedden boven elkaar. Hij gaat verder op transport met een lange treinreis naar Berlijn (Rehbrucke?). Na enige verhuizingen eindigt hij bij de fabriek van de (voor de oorlog joodse) Opta-radio in kamp Goldberg in Silezië. De auteur woont zijn HBS-tijd in Aardenburg (Z) bij zijn oma en tijdens vakanties helpt hij op de boerderij van zijn ouders in de buurt (St. Kruis). Zijn dienstplicht vervult hij in Den Haag (Alexanderkazerne), waar hij terrein leert opmeten. Tijdens diensttijd komt hij in verschillende plekken in Nederland. Bij de mobilisatie, augustus 1939, zit hij in Zeist, bij de "Triangulatieafdeling". Ze verhuizen naar een sanatorium. Het eten is goed en hij verdient 75 gulden p. m. De meidagen brengt hij door bij vliegveld Waalhaven en sorteert luchtfoto's. Er zijn bombardementen. Hij vlucht maar keert terug en ziet vanuit de verte het bombardement op Rotterdam. Na de capitulatie gaat hij terug naar Zeist. Eind mei mag hij op de fiets naar huis naar Zeeland en meldt zich af in zijn woonplaats St. Kruis. Eind september 1940 vertrekt hij naar Wageningen om aan de landbouwhogeschool te gaan studeren, waarover hij uitvoerig vertelt. Begin 1943 wordt hij in Zeeland opgepakt en naar de koepelgevangenis in Arnhem gebracht. Na inschrijving en afname van zijn bezittingen wordt hij opgesloten en mishandeld. Men verdenkt hem van medewerking aan het verdwijnen van het bevolkingsregister van Wageningen. In de cel zitten elkaar wantrouwende misdadigers, zwarthandelaren en verzetsmensen. Hij mag naar huis schrijven en pakjes ontvangen. Na 3 weken laat men hem gaan. Thuisgekomen ondertekent hij na wikken en wegen geen loyaliteitsverklaring. Na een mislukte poging om aan de arbeidsinzet te ontkomen, meldt hij zich in Tilburg. Per trein gaat hij naar het met prikkeldraad omheinde kamp Erica in Ommen. Huisvesting is in barakken in bedden boven elkaar. Hij gaat verder op transport met een lange treinreis naar Berlijn (Rehbrucke?). Na enige verhuizingen eindigt hij bij de fabriek van de (voor de oorlog joodse) Opta-radio in kamp Goldberg in Silezië. In de verslagen wordt veel geciteerd uit de geschiedschrijving van dr.L. de Jong.
- Collectie 244: Europese dagboeken en egodocumenten
- Verslag met erin opgenomen bijlagen. (computeruitdraai, bestaande uit 10 delen)
- 1557
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer