J.F. van der Kaaden: Dagboekje van mijn ervaringen vanaf 11 Novbr. 1944
De auteur wordt opgepakt bij de november-razzia in Rotterdam. Hij moet naar Gouda lopen en slaapt in een gangpad van de St.Janskerk. De volgende dag gaan ze met ongeveer 100 man, waaronder wat bekenden, naar kamp Waterloo in Amersfoort en worden daar ondergebracht. Hij kan zich eindelijk wassen en scheren. Hij krijgt te eten, namen worden genoteerd en persoonsbewijzen afgenomen. Hij moet allerlei klussen doen. Dagelijks vertelt hij over het weer en het eten. Hij gaat bijbel lezen en naar de kerk. Er zijn sanitaire voorzieningen. Hij krijgt veel post en een pakje. Vaak schaft hij bij de boer met koffie en warm eten. Soms is er een sigaret. Er wordt brood gestolen. Berichten over de oorlog sijpelen binnen. Hij krijgt regelmatig salaris. Met de kerst krijgt hij een pakket van de Rotterdamse burgerij. Zijn handen en voeten doen pijn. Vaak moet hij met de kou takkenbossen sjouwen. Hij kan een warm bad nemen. Na een tijd gaat hij zelf eten maken. Er vluchten mensen. 9 Februari 1945. Er zijn overvliegende vliegtuigen, dus 's avonds is er geen licht meer. Soms gaat hij naar de Sanitäter vanwege diaree en hoeft hij een dag niet te werken. Maar in maart wordt hij uitgeput opgenomen op een ziekenzaaltje. Dan volgt de algemene verhuizing naar het St.Mariegesticht. Hij komt op een kamer terecht en wordt ontluisd. Hij krijgt 25 maart een marsbevel. Hij loopt tot Utrecht, voedsel en bagage gaan mee. Vanaf Nederrijn kan hij met een auto meerijden. Via Leiden gaat het naar Den Haag. Na ondervraging door een officier bereikt hij 26 maart 1945 Rotterdam, zijn huis, waar hij door een van blijdschap huilende familie wordt ontvangen. Hij krijgt hongeroedeem en dan extra eipoeder als voeding. Tot de bevrijding duikt hij onder. De auteur wordt opgepakt bij de november-razzia in Rotterdam. Hij moet naar Gouda lopen en slaapt in een gangpad van de St.Janskerk. De volgende dag gaan ze met ongeveer 100 man, waaronder wat bekenden, naar kamp Waterloo in Amersfoort en worden daar ondergebracht. Hij kan zich eindelijk wassen en scheren. Hij krijgt te eten, namen worden genoteerd en persoonsbewijzen afgenomen. Hij moet allerlei klussen doen. Dagelijks vertelt hij over het weer en het eten. Hij gaat bijbel lezen en naar de kerk. Er zijn sanitaire voorzieningen. Hij krijgt veel post en een pakje. Vaak schaft hij bij de boer met koffie en warm eten. Soms is er een sigaret. Er wordt brood gestolen. Berichten over de oorlog sijpelen binnen. Hij krijgt regelmatig salaris. Met de kerst krijgt hij een pakket van de Rotterdamse burgerij. Zijn handen en voeten doen pijn. Vaak moet hij met de kou takkenbossen sjouwen. Hij kan een warm bad nemen. Na een tijd gaat hij zelf eten maken. Er vluchten mensen. 9 Februari 1945. Er zijn overvliegende vliegtuigen, dus 's avonds is er geen licht meer. Soms gaat hij naar de Sanitäter vanwege diaree en hoeft hij een dag niet te werken. Maar in maart wordt hij uitgeput opgenomen op een ziekenzaaltje. Dan volgt de algemene verhuizing naar het St.Mariegesticht. Hij komt op een kamer terecht en wordt ontluisd. Hij krijgt 25 maart een marsbevel. Hij loopt tot Utrecht, voedsel en bagage gaan mee. Vanaf Nederrijn kan hij met een auto meerijden. Via Leiden gaat het naar Den Haag. Na ondervraging door een officier bereikt hij 26 maart 1945 Rotterdam, zijn huis, waar hij door een van blijdschap huilende familie wordt ontvangen. Hij krijgt hongeroedeem en dan extra eipoeder als voeding. Tot de bevrijding duikt hij onder. Achter in het dagboekje staat een tekening van kamp Waterloo (Oud Leusden)
- Collectie 244: Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek met bijlagen (klein (10 x 14 cm) groen notitieboekje met spiraal met handgeschreven tekst)
- 1842
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer