Molukker Hendrik Rudolf Johan Poetiray is op 19 maart 1924 in Weltevreden (NOI) geboren. Zijn vrienden noemen hem Poeti. Hij heeft een oudere broer, Donald, en een jonger zusje Anna. In 1936 verhuist het gezin naar de Groot Hertoginnelaan in Den Haag. Daarna verhuizen ze naar de Pijnboomstraat in Den Haag. Henk gaat eerst naar de MULO, dan naar de Eerste Christelijke HBS in de Populierstraat. Hoewel hij pas in de 4de klas zit, besluit hij enkele dagen na zijn 18de verjaardag Den Haag te verlaten. Hij heeft op Radio Oranje gehoord dat je in Zwitserland een vals paspoort kan krijgen om dan via Spanje naar Engeland te gaan. Hij vertrekt op 25 maart 1942 en slaapt in Breda op het station. Bij Roosendaal loopt hij de grens over en bij Momignies loopt hij de Franse grens over. Dan neemt hij de trein naar Nantes en de volgende dag naar Belfort. In Delle (Elzas) ontmoet hij Willem de Vos van Steenwijk. Samen met passeur Mischla gaan zij de Zwitserse grens over en via Porrentruy naar Bern, waar zij zich op 30 maart melden zich bij generaal Van Tricht. Deze verbiedt Henk om verder te reizen voordat hij zijn eindexamen heeft gehaald. Hij wordt in een hotel ondergebracht, logeert dan 6 weken in Vésénaz (Résidence forcée) en dan gaat hij op 24 juni naar het net geopende kamp in Cossonay bij Lausanne. Daar moeten de kampbewoners het kamp opbouwen, drainagebuizen in een moeras aanleggen en diepe sloten graven. Zijn barak heet Irene, en hij slaapt er op stro tussen Max Tailleur en Willem de Vos van Steenwijk. Commandant van barak Irene is Tod van der Upwich. Op Koninginnedag komt generaal van Tricht langs. Er wordt een toneelstukje opgevoerd en Henk zingt een liedje met Max Tailleur. In september 1942 wordt hij overgeplaatst naar Glion, zodat hij naar het Prinses Beatrix Lyceum kan gaan. De school wordt vanaf dat moment door de Nederlandse regering ondersteund. In juni 1943 slagen Henk en 7 klasgenoten voor hun eindexamen HBS-b. Meteen na de uitslag wordt hij met Paul van der Bilt, die hij uit Cossonay kent, weer geïnterneerd, nu in werkkamp Tramalan en later overgeplaatst naar Les Enfers. Op 10 juli 1943 landen de geallieerde troepen op Sicilië. Henk en Paul van der Bilt verlaten hun kamp op 9 augustus en gaan over de Grand Combin (4300m) naar Italië, maar de Italiaanse gendarmerie pakt de jongens bij Ivrea op en draagt hun over aan de Duitsers. Ze worden in de gevangenis van Turijn gestopt waar Paul ziek wordt en wordt overgeplaatst naar de ziekenboeg, Henk heeft hem nooit meer gezien. Henk wordt van gevangenis naar gevangenis gesleept, en komt via Ventimiglia, Menton, Nice, Dijon en Parijs uiteindelijk naar Berlijn. "...ik ben opvallend als bruine Ambonnees, niet Arisch, en ik had vergast moeten worden toen ik eenmaal in handen van de Duitsers was". In Berlijn moet hij als Postfacharbeiter werken. Hij maakt de verschrikkelijke bombardementen op de stad mee en de hevige strijd van straat tot straat. Doordat de arbeiders steeds naar schuilkelders gaan, kan hij onderweg wat sabotage plegen door zand te strooien in de smeerbakken van de goederenwagons. Als de Russen naderen, laten de Duitsers de Metro-tunnels vol water lopen. Duizenden burgers verdrinken in hun schuilplaatsen. Terwijl Henk met een Belg een brand blussen, raakt hij gewond, waarschijnlijk door een mortier. Hij wordt in een ruimte, verlicht met waxinelichtjes, geopereerd. Op 22 mei 1945 wordt hij uit de kliniek ontslagen en op 9 juni 1945 komt hij in Roermond aan. In Den Haag treft hij zijn broer Donald aan, die ook heeft geprobeerd naar Engeland te gaan maar in Frankrijk is gearresteerd. Enkele maanden later studeert hij indologie in Leiden. Hij haalt zijn kandidaats op 27 december 1947 en zijn doctoraal op 23 februari 1951. Na de oorlog emigreert hij met echtgenote Yvonne naar de Verenigde Staten. In 1962 wordt hij genaturaliseerd en verandert hij zijn naam in Henri Rudolf Pelder. Hij is op 30 augustus 2014 Denver, Colorado, overleden.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders