Cornelis Johannes van der Sluijs (27), geboren 20 augustus 1914 in Oldenzaal, woont bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog op de Loosduinsekade 161 in Den Haag. Na de HBS-B in Almelo en zijn militaire-diensttijd wordt hij 'technicus' van beroep. In augustus 1939 moet hij opnieuw in militaire dienst vanwege de mobilisatie, dit keer in de rang van tweede luitenant. Tijdens de inval van het Duitse leger in Nederland is hij actief aan de oostgrens bij het plaatsje Vlijmen. Door een motorongeluk belandt hij op 14 mei 1940 in het ziekenhuis. Nadat hij in september naar huis mag, doet hij verscheidene pogingen naar Engeland te gaan, onder meer per boot via de Wadden-eilanden en via Den Briel. Dat mislukt doordat de Duitse autoriteiten alle boten in de kuststreken in beslag nemen; hij sluit hij zich aan bij een sabotagegroep van ex-militairen in Assen. In januari 1942 wordt Cees bij de Duitse politie verraden door een Nederlandse wachtmeester. Maar dankzij de steun van de politie in Assen komt het hem slechts op ontslag te staan. Hij gaat in Den Haag wonen, trouwt daar met Gerrie Ende en gaat aan de slag in de groentezaak van zijn schoonvader. Als de sabotage-zaak in Assen in juni 1942 wordt opgerakeld, krijgt Cees bericht dat de Duitse politie hem zoekt. Hij duikt onder op verschillende adressen in oost-Nederland. Op 9 november ’42 neemt hij samen met een Fransman die tijdens de invasie naar Nederland is gevlucht de trein naar Goirle. Met een gids gaan ze bij Poppel te voet de Belgische grens over. In Turnhout pakken ze de trein naar Antwerpen en vervolgens naar Brussel. In de Rue de Brabant verblijven ze enkele dagen in de woning van een prostituée. Per trein reizen ze door naar Charleroi en Valenciennes. Daar gaat de Fransman er vandoor met zijn horloge, vulpen, jas en geld. Een Belgische man bezorgt hem een vals identiteitsbewijs, waarmee hij zich uitgeeft voor een Engelse piloot met de naam ‘Charles Robert Flight’. Als hij met veel moeite de demarcatielijn heeft gepasseerd krijgt hij van het Nederlandse consulaat in het onbezette deel van Frankrijk papieren waarmee hij via Spanje naar Lissabon kan reizen. In het zuiden van Frankrijk wordt Cees echter gearresteerd. Hij belandt in een kamp, maar ontsnapt samen met de Engelandvaarders Ben Rodrigues Pereira, Van Rooyen en Henk Zeelenberg. Van de Nederlandse consul in Toulouse, J.C.A.M. Testers, krijgen ze geld. In een groep van twintig mannen trekken ze de Pyreneeën over. Eenmaal in Spanje splitst de groep zich. In de Portugese hoofdstad wordt hij op het Nederlandse consulaat ingezet bij het verhoren van Engelandvaarders. In juli 1943 maakt Cees in het kustplaatsje Praia das Macas een val van een rots, waarbij zijn sleutelbeen breekt en rechteroog beschadigt raakt. Op 3 oktober bereikt hij per vliegtuig Engeland. Daar wordt hij aan zijn oog geopereerd. Cees van der Sluijs wordt eerste luitenant/technisch opzichter bij de motorartillerie. In Londen noteert zijn ondervrager over Cees: 'Een man met edel karakter, met moed en grote vaderlandsliefde.'
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders