
Dagboek van H.van Irsen
De auteur, een vrouw uit Den Haag, maakt korte aantekeningen over wat er in de winter 1944/45 dagelijks in het gezin gegeten wordt. Alles gaat met bonnen. Meestal staat men in de rij te wachten bij de centrale keuken. Ze vindt de porties vaak te klein, soms is ze tevreden over het eten. Er is vaak snert of een stamppot, later alleen soep. Ze noemt de steeds hoger wordende prijzen voor levensmiddelen. Kleren worden geruild tegen eten. Ook is gebrek aan zeep. De kinderen worden ziek. Het wordt steeds kouder. Als er een tijd geen eten is van de centrale keuken wordt hun eerste konijntje opgegeten. Het kacheltje thuis wordt gestookt met hout. Als er elektra is, maakt ze daar snel gebruik van en kookt, strijkt en gaat stofzuigen. Er worden op de fiets tochten in de omgeving ondernomen om voedsel te verzamelen, waardoor ze aan suikerbieten, melk, kaas, spek, wortels, aardappelen en andijvie komen. Suiker gebruiken ze om stroop te koken. Omdat het zo koud is, wordt in de huiskamer geslapen. Kerstmis is een reden het kacheltje extra te laten branden. Januari 1945 is er steeds vaker luchtalarm, later zijn er bombardementen die vernielingen aanrichten en waardoor mensen op de vlucht slaan. In maart 1945 stapt ze over van de centrale keuken in Den Haag naar die van Voorburg, omdat ze daar volgens haar beter eten hebben. Midden april 1945 is er geen water meer. Maar het weer wordt beter. Het Rode Kruis zorgt nu voor eten. Vanaf 29 april 1945 zijn er voedseldroppings. De bevrijding wordt uitbundig gevierd. NSB 'ers worden nagejaagd en moffenmeiden worden kaalgeschoren. Het dagboek wordt besloten met "Ik sluit dit schrijven, tot de volgende oorlog".
- Irsen - Merhottein, Henny van
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-1603
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer




