
Italie, G.
De schrijver is 45-50 jaar oud, leraar in de klassieke talen, een streng orthodoxe Jood. In november 1940 krijgt hij ontslag, wordt dan leraar aan het Joods Lyceum. In 1942 vlucht zijn oudste zoon het land uit: in België wordt hij gepakt en het laatste wat men ooit van hem hoort is dat hij naar Duitsland gevoerd is. Het gezin van de schrijver wordt uit huis gezet, een keer opgepakt en op grond van een Sperre weer vrijgelaten, later in Barneveld geplaatst en te zijner tijd naar Westerbork gebracht. Zijn dochter krijgt daar kinderverlamming en blijft min of meer invalide. In september 1944 wordt het gezin gedeporteerd naar Theresiënstadt. Daar raakt de jongste zoon, dan plm. l6 jaar oud, tot grote smart van zijn vader los van het Joodse geloof en de traditionele gebruiken. - In mei 1945 worden de gevangenen overgenomen door het Roode Kruis. De schrijver en de zijnen verblijven korte tijd in een kamp Dobrany bij Praag, daarna, in Nederland, in Batadorp bij Best.<br/>Het geeft zeer veel feiten en ook oorlogs- en politiek nieuws. Wellicht was het in opzet een algemeen oorlogsdagboek - kenmerken zijn aanwezig - en groeide het door de niet te voorziene ervaringen van de schrijver uit tot iets geheel anders. Psychische reactie vindt men niet op alle bladzijden, maar waar ze voorkomt, is het de sobere, beheerste expressie van oprecht, diep gevoel en hevig leed. Een grote gehechtheid aan de Joodse traditie spreekt er uit.
- Italie, G.
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-699
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer





