
Oorlog 1940 van 10 tot 14 Mei
De auteur is vaandrig en gelegerd in Woudenberg. Op mei 1940 om 3 uur 's nachts marcheert hij zingend af, terwijl vliegtuigen van onbekende nationaliteit overvliegen. Als de machines steeds lager komen en er gevuurd wordt, begrijpt hij pas goed dat de oorlog met Duitsland is uitgebroken. De kazematten en mitrailleurposten worden ingericht. De zon is opgekomen en er worden veel vliegtuigen neergehaald. 11 Mei brengt geen verandering, men hoopt op Engelse hulp. Pinksteren begint rustig, maar dan komen berichten over doorbraak bij de IJssellinie. De voorposten houden het niet vol. Zoeklichten flitsen aan en belsignalen rinkelen. Van alle kanten krijgen ze vijandelijke beschieting en de granaten fluiten om de oren. De stelling moet prijs gegeven worden. Hij trekt terug naar Bunnik (de waterlinie is niet ondergelopen) en rust enige uren op kasteel Oud-Amelisweerd. Als hij Utrecht binnentrekt, wordt hij door de bevolking opgewacht met eten en drinken. Het gaat verder naar Jutphaas. Er komt geen bevel meer. Hij hoort dat Rotterdam gebombardeerd is. Het onvermijdelijke gebeurt, een commandant van de Compagnie deelt mee dat het ultimatum is aanvaard en dat er gecapituleerd wordt. Dit breekt de laatste weerstand en snikkend vallen ze elkaar in de armen.
- Riet, J.C.van
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-1559
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer







