
Baas, Ouke
De auteur herinnert zich hoe bij hem in de straat in de oorlog een Joodse man wordt opgepakt. Hij woont in Amsterdam, hoek van Woustraat / Kuiperstraat. De joodse man, David van der Sluis is gehuwd met een niet-joodse vrouw en ze hebben 3 jonge zoontjes. Hij werkt in Amsterdam bij het abattoir. De man wordt naar de Joodse Schouwburg gebracht en dan met de trein naar Westerbork gebracht. De auteur is aanwezig in Amsterdam op het station als zijn trein wegrijdt. David wordt in Westerbork in de keuken te werk gesteld. Er wordt hem een in een bruin brood gebakken draadtang opgestuurd. Hiermee knipt hij 2 hekken door en via een balk over een tankgracht ontsnapt hij, samen met nog iemand. Hij duikt onder in de buurt van Westerbork. Ze worden wordt opgehaald door de auteur met zijn vrachtauto uit 1929, die op gas rijdt. Hij mag nog net zonder controle langs de IJssellinie. De terugtocht wordt uitgebreid door de auteur beschreven. Hij kent de kleinere wegen vrij goed, omdat hij iedere week een vracht appels van de Betuwe naar Amsterdam rijdt. Hij wordt aangehouden door een hoge Duitser. Deze wijst hem zelfs de weg. De tocht gaat verder in het maanlicht met een auto zonder licht. Er volgt een tweede aanhouding door een Duitser, die goed afloopt. Als ze bij de woning van David aankomen, begint deze te huilen van emotie. De auteur wordt boos en zegt "maak dat je weg komt, het is mooi genoeg zo".
- Baas, Ouke
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-1729
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer






