
Herinneringen van een Veteraan, deel I en II
Jacoba Margaretha Mijnders, geboren in 1925, schrijft kort voor haar dood in 2010 haar memoires, over de oorlog en met name haar verzetswerk in Deventer, waar ze opgroeit en waarnaar ze, een eind verderop in haar leven, terugkeert na de wereld te hebben rondgereisd. "Ik zette er tijdens gevaarlijke opdrachten mijn leven op het spel. De dijk op met valse persoonsbewijzen, bonkaarten, berichten. Constant op je hoede zijn. Onopvallend blijven voor de NSB'ers die je kende. Aangehouden worden door de schurken, een moment van acute doodsnood. Het was ingrijpend, bepalend, niet makkelijk". Jacoba, die als tiener een jaar in een Amsterdamse boekwinkel werkt en in Arnhem haar uitgeversdiploma behaalt, komt uit een niet onbemiddeld gezin, dat geregeld Joodse onderduikers helpt. Oom Walter, verzetsman, wordt opgepakt in Amsterdam: "bij het koffiehuis tegenover het CS. In de Weteringschansgevangenis gegooid, gemarteld. Tante Leen ging erheen met schoon goed, ze mocht hem niet zien, enkel afgeven en kreeg vuil goed mee terug. Na zo’n rit moest moeder haar zuster opvangen en proberen moed in te spreken. De laatste keer, ze had de spullen aan de gevangenis afgegeven, de bewaker zei nog, het gaat een stuk beter, maar toen ze in de trein naar huis een man zag zitten met een krant, zag ze Walters naam in een rijtje gefusilleerden, wat al 3 dagen eerder was gebeurd". Treffend is het verhaal over een onderduiker bij hen thuis, die "zoveel had uitgevreten dat z'n portret met beloning eronder voor aangifte in de politiebureaux hing. Wapendroppings, gevechten in de Biesbos, zendercontact met Londen, hij wist overal van. Ondanks alle ellende hadden Gerrit en ik plezier, we hebben zelfs gezwommen, tot hij in 1944 opgepakt werd. Vergeten hebben we elkaar nooit. Dertig jaar later stond hij opeens voor mijn neus. Tot z'n dood ben ik bij hem gebleven".
- Mijnders, J.M.
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-2018
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer










