
Zandbergen-Bal, H.
Dagboek, in de vorm van zestien gedichten, van een streng gelovige gevangene in het Oranjehotel, oftewel de Scheveningse gevangenis. Over de auteur, die in oktober 1940, de periode van zijn in gevangenschap geschreven gedichten, een brief ontvangt van vrouw en kinderen uit Schiedam, is verder niets bekend. Het volgende gedicht schetst een indringend beeld van de eenzaamheid in de gevangenis: <br/>Luchten<br/>Wij treden uit de stilte dezer muren<br/>Thans één voor één het nuchter daglicht in<br/>Een spanne tijds in ’t traag verloop der uren<br/>Zijn wij tezamen als één huisgezin.<br/>En elk verhaalt de avonturen<br/>Van zijne reizen in het geestenrijk...<br/>En broeders zijn de lang gescheiden buren<br/>Want al die reizen zijn elkaar gelijk!<br/>Wanneer ze ons weer in de cellen sturen,<br/>Lijkt het daar minder eenzaam om ons heen.<br/>Hoe lang, hoe zwaar ook de beproeving dure,<br/>Er is een troost, die eenzaamheid verzoet<br/>Wij reizen samen in de stille uren<br/>Het licht van God’s genade tegemoet
- Zandbergen-Bal, H.
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-2100
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer








