
Stoutjesdijk, J.K.
‘Dit is de vreeselijkste reis die de meesten van ons in hun leven maken. Grote snelheid. Gesloten deuren. Geen drinken. Wateren in fles. Andere behoefte op een courant. We drinken met 25 man een fles water leeg,’ aldus beschrijft Jasper Karel Stoutjesdijk, slachtoffer van de razzia van Rotterdam van 10 en 11 november 1944, de treinreis naar Duitsland enkele dagen later. ‘5 man hebben het gewaagd eruit te springen. Bovenstaande woorden moet men doorleefd hebben.’ Stoutjesdijk (1910-1998) komt niet uit Rotterdam, maar uit Oosterland, een plaats in Zeeland. Als in maart 1944 alle bewoners van de gemeente Schouwen-Duiveland ten gevolge van de inundatie moeten evacueren, verhuist Stoutjesdijk naar de ouderlijke woning van zijn schoonouders in Rotterdam. Hij vindt er werk bij een houtzagerij. Nu, in de winter, verricht hij in Duitsland dwangarbeid voor de bouwmaatschappij Organisation Todt (O.T.): ‘We moeten stalen buizen lossen en hebben geen handschoenen. Het ijs ligt op het ijzer en het is haast niet te doen. Gijs de Graaf naast me kan er ook niet tegen omdat hij het niet gewoon is. Ik merk gehard te zijn in de landbouw.’ Begin 1945 wordt het nabijgelegen Stuttgart gebombardeerd: ‘Ik ben 2 meter in de stollengang (tunnel) als de eerste bommen worden geworpen. Alles trilt en schud; mensen zitten met angstige gezichten te wachten op de dingen die komen. Men roept wraak en schande over het veel te late alarm. Later bleek dat de wacht dronken was en daarom ook is gefusileerd.’ Halverwege maart reist hij met een ziekentransport per trein terug naar Rotterdam: ‘Na een eind gelopen te hebben mogen we onze bagage op een bakkerswagen leggen tot de ’s Gravendijkwal, waar ik afscheid neem van mijn maats en stap gewapend met de huissleutel naar boven. Jaapje onze zoon van 3 zegt Mamma is dat nu Pappa.’
- Stoutjesdijk, J.K.
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-2229
- Repatriëring
- Razzia van Rotterdam en Schiedam
- Dwangarbeiders
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer









