
Meijerink, G.C.
‘Het is bijna half vier in den morgen. Door hevig schieten van afweergeschut en geronk van vliegtuigen word ik wakker. Ik vind het niet zoo erg vreemd. De laatste dagen hebben we herhaaldelijk een vreemd vliegtuig boven Zeist gezien, hetgeen dan weldra onder vuur werd genomen,’ schrijft G.C. Meijerink, sergeant bij het Korps Motordienst, op 10 mei 1940, de dag van de Duitse inval in Nederland. ‘Ditmaal houdt het geronk toch wel wat lang aan. Het komt mij voor, dat er meerdere vliegtuigen zijn. Het schieten wordt ook levendiger. Verdomme, dat is niet in orde. D’r is vast wat aan de hand. Ik kleed mij vlug en verlaat zoo geruischloos mogelijk mijn kwartier (familie Truideman, Krullelaan 13, Zeist).’ Dit in een container gevonden dagboek, over de meidagen van 1940, begint met bijna boekhoudkundige notities en wordt dan persoonlijker. Helaas is het door vochtvlekken uiterst moeilijk leesbaar geworden. Over de militair is verder niets bekend.
- Meijerink, G.C.
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-2297
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer





