
Bussem-Dullaart, E.A.
Plakboek bestaande uit krantenknipsels van afleveringen van een dagboek uit de Hongerwinter. Schrijfster van het dagboek is mevrouw E.A. Bussem-Dullaart uit Rotterdam. Zij en haar echtgenote hebben kinderen die al het huis uit zijn. Op 19 januari 1945 schrijft ze: ‘Tegen acht uur opgestaan. Vreselijk slecht weer, storm met sneeuw en hagelbuien. Geen kachel aan. Paar sneden gegeten van eigengebakken broodje. Warme surrogaatthee uit de thermosfles. Gerda kwam nog even met de kinderen, verkleumd van de kou. Het kacheltje aangemaakt en wat warms te drinken gegeven; ze waren weer wat bijgekomen. Prinsessebonen gekookt met rantsoen aardappelen. Lekker, maar niet genoeg. We gaan om zeven uur naar bed om vuur en licht te sparen. Toch had mijn man wat kooltjes uit het vuil gezocht, waarvan het kacheltje kon branden. We mogen alweer niet mopperen.’ Later die week schrijft ze: ‘Om half zes opgestaan en naar de Ceintuurbaan voor wat kolengruis. ’t Had weer hard gevroren. Van half zeven tot half acht in de rij gestaan, toen werd er gezegd: geen kolengruis. Stijf van de kou weer naar huis. Met mijn man gegeten van halfje brood, de rest in de boterhamzak. Voor de middag wat gewerkt, na de middag boodschappen gedaan en in de rij gestaan voor een krant. Om ongeveer vier uur weer thuis. Kroten gekookt, paar aardappelen en uien voor stamppot. Het kacheltje brandt nu met hout van kapot gezaagde ligstoel en zeil van de zolderkamer. Mijn man zocht kooltjes uit en kocht voor f 8,50 een kilo sterappelen. Alweer een dag om.’ Verdere gegevens van deze huisvrouw uit Rotterdam zijn onbekend. Ook is niet duidelijk uit welke krant of periodiek de knipsels afkomstig zijn. Vermoedelijk is het plakboek niet lang na de oorlog gemaakt.
- Bussem-Dullaart, E.A.
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-2203
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer




