
Herinneringen aan de Duitse bezetting 1940-1945 in Nederland
Ineke, de middelste van drie zusjes, is negen jaar als de oorlog uitbreekt. De meisjes worden in Leiden grootgebracht door hun alleenstaande moeder, een onderwijzeres die de kinderrubriek in een Leidse krant verzorgt. Aan het begin van de oorlog lijkt het leven in Leiden op oude voet verder te gaan. De zusjes eten elke middag warm bij hun opa en oma, bij wie ze dan, met hun moeder, in huis wonen. Op de avonden in de zomer van 1940 spelen zij veel buiten. Ineke wordt lid van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie voor Jongeren (NJN): een vereniging die haar verdere jeugd een belangrijke rol blijft spelen. In de zomers verblijft ze, om aan te sterken, bij kennissen op een boerderij in Nieuwveen (Zuid-Holland). Diepe indruk maakt de moord op een geliefde leraar op het gymnasium, die als gijzelaar door de Duitsers wordt doodgeschoten als represaillemaatregel op een door het verzet gepleegde aanslag. Op een fiets met houten banden rijdt Ineke regelmatig naar de Haarlemmermeer om aan suikerbiet en tulpenbollen te komen gedurende de Hongerwinter. Die overleeft ze gelukkig. Net als haar moeder en beide zusjes. <br/>
- Quené-Boterenbrood, A.J.
- Europese dagboeken en egodocumenten
- Dagboek
- 244-1868
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer





