Harry Isbrucker is getrouwd met Willy Flora Isbrucker-van Rosse (1907–2003). Hij is marineofficier. In mei 1941 worden alle Nederlandse beroepsofficieren in krijgsgevangenschap afgevoerd naar Neurenberg. Na enkele maanden krijgt hij weer last van een leverkwaal, die niet in het kamp behandeld kan worden. Hij wordt onder de Rode Kruis Conventie terug naar Nederland gestuurd. Hij wordt opgenomen in Bronovo, waar hij behandeld wordt door de Duitse medische dienst en de Nederlandse artsen van het Militair Hospitaal in Den Haag. In mei 1943 wordt hij genezen verklaard, en moet hij zich melden in Amersfoort, waarna hij de volgende dag met een 12-tal andere ex-patiënten in een veewagon naar Stanislau wordt teruggebracht. De trein gaat via Leipzig, Dresden, Krakau en Prmzi en komt een week later in Stanislau aan. Daar zitten al 1800 Nederlandse officieren. Hij wordt aangesteld tot adjudant van de compagnies-commandant en krijgt met diens secretaris een aparte kamer, die uitkijkt op de buitenmuur van het kamp. Om te ontsnappen begint hij eind juni 1942 een tunnel onder de muur door te graven. Net als hij klaar is, wordt bekend gemaakt dat het kamp in januari zal worden verplaatst omdat de Russen naderen. Zijn transport vertrekt op 10 januari. Hij wordt met 40 mannen van zijn compagnie in de laatste wagon gestopt. Ook Juul Zegers zit in die groep. Deze wil met Harry ontsnappen als ze bij Berlijn komen. Op 17 januari stopt de trein even bij Tempelhof, maar ze willen wachten totdat ze buiten de stad zijn. Daar springen ze uit de trein, lopen de stad in en nemen contact op met Adriaan Millenaar, de Nederlandse vertegenwoordiger bij de Zweedse ambassade. Van hem krijgen ze een onderduikadres. Theo Rijnders kan hen echter niet helpen, want zijn zoon is mogelijk net die dag gearresteerd. Als ze teleurgesteld weer buiten staan, komt de zoon toch thuis, en mogen ze mee naar binnen. Millenaar zorgt ervoor dat ze later worden ondergebracht in een grote barak waar Nederlandse arbeiders van de Mauser fabriek wonen. Er schijnt een militaire trein van station Tiergarten in Berlijn naar Amsterdam te gaan, ze willen proberen zich daar de volgende zondag in te verstoppen. Studenten Jorna (later directeur van Holland Signaal) en Pluiger gaan ook mee. Harry verstopt zich onder een bank. Na 31 uren komt de trein in Amsterdam aan. Het is spertijd, de schoonmaker raadt hem aan tot 6 uur in de trein te blijven en koopt vast een kaartje voor hem om naar Den Haag te gaan. Juul Zegers blijkt al in Amersfoort uitgestapt te zijn. In Den Haag gaat hij naar zijn schoonouders. Na enkele dagen duikt hij onder in de Laan van Meerdervoort. Daar wordt een nieuw persoonsbewijs geregeld op naam van Marijn Gijzen. Hij ontmoet John Osten, die deel uitmaakt van een groepje dat de Noordzee wil oversteken. Flip Winckel staat zijn plaats af aan prof. Wander de Haas, Henk Baxmeier wordt door Harry vervangen. Op 16 februari vertrekt het stel. Ze lopen vast bij Hellevoetsluis waarna de professor naar Leiden terugkeert en Harry het plan onverantwoord vindt. Hij probeert de zuidelijke route maar wordt in Brussel verraden door Christiaan Lindemans en weer naar Stanislau afgevoerd. Harry woont na de oorlog aan de Van Alkemadelaan 1120, vlak bij Scheveningen. Hij is overleden op 24-10-1997.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders