Izak Cohen is op 2 januari 1918 in Hengelo geboren. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog woont hij daar in de Leliestraat 36. Hij is groothandelaar in fruit. Zijn vader Simon heeft een groentewinkel aan de Drienerstraat. Zijn moeder Helena is in Duitsland geboren en in 1937 overleden. Izak is bevriend met Jules Haeck (1894-1944). Bij hem ontmoet hij twee Franse piloten, Robert David en René le Blas. Zij zijn uit een Duits kamp ontsnapt. Op verzoek van Jules nemen Izak en Levie op 14 november 1942 de piloten mee, ze kunnen gebruik maken van de pilotenlijn. Via Arnhem en Heerlen bereiken ze Parijs. Jules heeft hen een veilig adres in Bordeaux opgegeven van een opticien, maar die is inmiddels overleden. Ze steken zonder problemen de demarcatielijn over waarna de 2 piloten zich in Chateauroux melden bij het demobilisatiecentrum. Daarna vertrekken ze naar Roberts gezin in Clermont Ferrand, waar ze te eten krijgen. Daarna gaat René naar zijn woonplaats Marseille. Robert vergezelt de broers naar Perpignan. Daar koopt hij voor hen kaartjes voor het bergspoor, waarna ze afscheid nemen. Op 30 december bereiken de broers de diepe sneeuw. In een café, waar ze hun schoenen drogen, worden ze door gendarmes opgepakt en weer naar Perpignan gebracht. Een rechter veroordeelt hen tot een maand gevangenisstraf en een boete van Ffrs 1200. Ze worden naar Camp La Barcarès gebracht en moeten daar tot juni blijven. Dan worden ze via Camp Marechal Foch naar het werkkamp Mont Louis gestuurd. Joop Kolkman van de Office Néerlandais, mag hen dan onderbrengen in Maison Mazard in Le Soler. Hier hoort Izak over de toestanden in Nederland, hoe de Joden worden bedreigd. Hij besluit naar Nederland terug te keren om zijn verloofde Leentje Frankenhuis en haar familie in Almelo te redden. Kolkman regelt reisdocumenten. Met een groep van 10 vluchtelingen gaat hij van Den Haag naar België. Tijdens een razzia wordt de groep opgepakt, Izak reist alleen verder. In september is hij weer in Le Soler. Hij steekt de Pyreneeën over, maar belandt in Kamp Miranda. Zes maanden later wordt hij vrijgelaten. Via Madrid komt hij op 7 juni 1943 in Lissabon aan. De Nederlandse consul regelt dat een vliegtuig hem met enkele anderen via Ierland naar Engeland brengt. Daar ontmoet hij Levie weer, die via Venezuela, Curaçao en Canada al 6 maanden eerder in Engeland is aangekomen. Izak komt bij de MTB flottiele in Dover. Zo maakt hij D-Day mee. Na de oorlog wordt hij in IJmuiden gelegerd. Op 26 september 1946 trouwt hij met Mary Poppin, die hij in een apotheek in Brightlingsea heeft ontmoet. Na de geboorte van hun dochter gaan ze in Hengelo wonen waar de broers de groentewinkel nog ruim 15 jaar voortzetten. In 1980 krijgt Izak toestemming zijn naam te veranderen, Cohen wordt Coenman. Naarmate hij ouder wordt, krijgt hij meer last van de oorlogsherinneringen. Hij overlijdt op 95-jarige leeftijd. Izaks broer Simon is door verraad opgepakt en begin 1944 in Auschwitz vermoord. Izaks zusje Regina is ondergedoken in Lemmer en heeft de oorlog overleefd.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders