Ga direct naar: Hoofdnavigatie
Ga direct naar: Inhoud

Marie Stokvis
Ook bekend als: Rie

Amsterdam, 14 mei 1908 - locatie onbekend, datum onbekend
Marie (Rie) Stokvis-Knapper is op 14 mei 1908 in Amsterdam geboren. Na het lyceum voor meisjes heeft ze het instituut voor kunstnijverheid in de Gabriël Metsustraat doorlopen, waarna ze een jaar heeft gereisd door Engeland, Frankrijk en Duitsland. In de Kerkstraat, later in de Herengracht 553 en vervolgens in de Zomerdijkstraat 128 heefft ze tussen 1929 en 1936 een atelier voor kunstweverij en woninginrichting. In 1929 en 1930 heeft Rie verkooptentoonstellingen in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Haar hele collectie mantels, sjaals, kussens, tafel- en pianokleden werd verkocht. In 1937 is ze gescheiden van Gerrit Jan van der Wal en in april 1939 gaat haar atelier failliet. In Zürich gaat ze werken bij de Gesellschaft für Akademische Reisen, maar ook dat wordt geen succes. In september 1939 wordt ze hulpverpleegster in het Burgerziekenhuis, waar haar broer chirurg is en haar vader arts. Ze wordt een bekende weefster. Op 26 april 1940 gaat ze, tegen waarschuwingen van vrienden in, op reis naar het Griekse Corfu, waar ze een vriend heeft. Als ze op 10 mei 1940 hoort dat het Duitse leger Nederland is binnengevallen, wil ze in Frankrijk dienst nemen bij het Franse Rode Kruis, maar daar wordt ze als étrangère niet aangenomen. Op 13 juni is ze in Parijs waar één dag later de Duitse troepen de stad binnen trekken. Op de fiets en liftend met een vrachtauto bereikt Rie de stad Lille, waar ze de nacht doorbrengt bij het Leger des Heils. Liftend bereikt ze Brussel en Antwerpen. In Wuustwezel mag ze met Duitse soldaten in een auto meerijden naar Den Haag. Daar neemt ze de trein naar Amsterdam. Dankzij de aanschaf van een partij pure wol in Dieren kan ze haar atelier weer winstgevend maken. Als blijkt dat Engeland stand houdt, wil ze zo spoedig mogelijk naar Engeland. Een vriendin helpt haar aan Belgische identiteitspapieren. Op 19 oktober 1941 neemt Rie de trein naar Tilburg. Vandaar fietst ze naar Baarle Nassau, waar ze onderdak krijgt in een klooster. Op de fiets bereikt ze Turnhout, waar ze de trein naar Brussel neemt. Na overnachtingen in de Rue Pelican 21 en de Avenue de la Couronne 8 slaagt ze er met hulp van een gids in Lille, Abbeville en Parijs te bereiken. Na een overnachting in een hotel aan de Rue de Rivoli reist ze naar het dorpje Monceau-les-Mines. Met hulp van boeren slaagt ze erin via de bossen de demarcatielijn over te steken. In het dorpje Mont St. Vincent wordt ze door Franse gendarmes gearresteerd, maar met hulp van het Nederlandse consulaat in Vichy-Frankrijk wordt ze vrijgelaten en onder onder huisarrest geplaatst. Op 3 januari 1942 bereikt ze het Zuid-Franse Nice. Om aan geld te komen verkoopt ze in Marseille haar gouden kies. In Lyon helpt de Nederlander Sally Noach haar verder. Dankzij hem bereikt ze Zwitserland. In Annemasse woont ze enige tijd bij de Union des Femmes pour la Paix et la Liberté. Op 2 juli 1942 vertrekt ze in een konvooi vanuit Basel naar de Spaanse havenstad Bilbao. Daar scheept ze zich op 28 juli in op de ‘Cabo de Hornos’, een schip dat naar CuraÇao vaart. Ze monstert daar aan als ‘stewardess’ op de Noorse tanker ‘Sudroy’, maar de autoriteiten verhinderen haar vertrek omdat dat ‘voor een vrouw te gevaarlijk’ wordt gevonden. Het lukt haar evenwel met het Noorse schip ‘Molda’, geladen met dynamiet en graan, op 20 november 1943 Liverpool te bereiken. In Londen noteert ondervrager Pinto over Rie: ‘De politieke betrouwbaarheid van deze hoogst energieke om niet te zeggen dynamische vrouw, lijdt geen twijfel. Intelligent en van zeer sterke fysiek.’ Pinto raadt haar een dienstverband bij de Inlichtingendienst echter af, omdat Rie ‘nogal veel praat’ en het haar ontbreekt aan een ‘volkomen evenwicht, hetwelk voor een dergelijke missie noodzakelijk is.’ Op haar beurt hekelt Rie het optreden van het Nederlandse consulaat in Marseille, dat haar adviseerde naar Nederland terug te keren. Op 20 december 1943 wordt het Vrijwillige Vrouwen Hulpkorps (VVHK) opgericht, dat ressorteert onder de Landmacht. In april 1944 wordt Rie Stokvis naar de Verenigde Staten gestuurd om Nederlandse vrouwen voor het VVHK te werven. Na de geallieerde invasie wordt het korps in 1944 gemilitariseerd zodat de dames naar het vasteland kunnen gaan. Met Ellis Brandon, Elsa van Dien-Hendrix, Martha van Esso-Polak, Flora van der Laan en Elly Nauta-Moret steekt ze op 13 november 1944 over naar Oostende om geëvacueerde kinderen te helpen. Rie Stokvis en Emmy Rutten-Broekman houden zich met de organisatie bezig. Kort vóór de bevrijding van Nederland worden Rie Stokvis, Peter Tazelaar en Erik Hazelhoff Roelfzema adjudant van Koningin Wilhelmina. Rie is dan al getrouwd met Frits Stokvis, die zij op haar weg naar Engeland heeft ontmoet. Beiden zijn zo teleurgesteld over het uitblijven van de staatkundige vernieuwing die koningin Wilhelmina voorstaat, dat zij in 1950 naar Zuid-Frankrijk emigeren. Na hun scheiding in 1958 trouwt ze met Gerrit Havercate, een textielbaron uit Twente die failliet was gegaan. Rie bleef een ondernemende vrouw. Zo kocht ze een wintersportgebied in Frankrijk en ook een stuk land in Italië, aan de Ligurische kust, waarvoor ze allerlei plannen ontwikkelde. Te midden van al deze beslommeringen overleed ze plotseling op 24 februari 1970. Zij werd slechts 66 jaar.

Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders

Beroep (tijdens de oorlog)Verpleegster

Bronnen

Dit zijn de bronnen die bij Oorlogsbronnen bekend zijn over deze persoon.

  • Digitaal Monument Engelandvaarders

    Het Digitaal Monument Engelandvaarders presenteert de Engelandvaarders, hun helpers en de Nederlandse militairen die tijdens de inval van het Duitse leger in Nederland op bevel van hogerhand of op eigen initiatief naar Engeland uitweken. Op dit moment bevat het monument meer dan 7000 namen, waaronder bijna 3000 namen van Engelandvaarders.

    Bekijk de bron
    Aanbieder
    Museum Engelandvaarders
  • Persoonskaarten Vrouwenhulpkorps (VHK)

    Het in 1944 in Groot-Brittannië opgerichte Vrouwen Hulpkorps (VHK) leverde humanitaire hulp tijdens de bevrijding van Nederland. In het spoor van de geallieerde opmars maakte het VHK eind oktober 1944 de oversteek naar het Europese vasteland. De vrouwelijke militairen waren onder meer betrokken bij de voedselvoorziening en het begeleiden van evacuaties. Gedurende de hongerwinter ondersteunde het VHK talloze kindertransporten. Het NIMH ontving in 2018 een bijzondere schenking van Emma Staf, die van 1954 tot 1989 bij de Koninklijke Landmacht diende (collectie 578 E. Staf. Vrouwen Hulpkorps (VHK) en Militaire Vrouwen Afdeling (MILVA)). Deze schenking bevat onder meer 347 militaire persoonskaarten van het VHK. Het betreft kaarten van de eerste vrouwen die in 1944 dienst namen bij het Korps. De militairen waren afkomstig uit de hele wereld en hadden diverse achtergronden.

    Bekijk de bron
    Aanbieder
    Nederlands Instituut Militaire Historie

Afbeelding van Marie Stokvis

Ontbreekt een portretfoto, of kan je ons helpen met een betere afbeelding van Marie Stokvis, dan kan je deze hier toevoegen. Ook is het mogelijk om de bestaande portretfoto beter bij te snijden.

Heeft u bezwaar tegen de vermelding van deze persoon?

Laat het ons weten door een e-mail te sturen naar info@oorlogsbronnen.nl

Ontvang onze nieuwsbrief
De Oorlogsbronnen.nl nieuwsbrief bevat een overzicht van de meest interessante en relevante onderwerpen, artikelen en bronnen van dit moment.
WO2NETMinisterie van volksgezondheid, welzijn en sport
Contact

Weesperstraat 107
1018 VN Amsterdam

info@oorlogsbronnen.nl
Deze website is bekroond met:Deze website is bekroond met 3 DIA awardsDeze website is bekroond met 4 Lovie awards