Nicolaas (Klaas) Doornekamp is op 24 juli 1917 in Utrecht geboren. Hij is radio-telegrafist bij de Genie en wordt ambtenaar bij de Hoofdboekhouding der Nederlandse Spoorwegen in Utrecht. Tijdens de meidagen van 1940 vecht hij bij Dordrecht en wordt als krijgsgevangene naar een kamp in Dordrecht gebracht. Na zijn demobilisatie gaat hij terug naar Utrecht. In juli 1943 weigert hij zich te melden als krijgsgevangene en duikt onder via de ondergrondse. Hij komt terecht op Texel als landarbeider. Op 6 april 1945 breekt daar de opstand van Georgiërs tegen de Duitsers uit. Aanvankelijk lijken de Georgiërs de overhand te hebben, maar Duitse versterkingen en kustbatterijen keren het tij. In De Cocksdorp gaan geruchten rond over een aanstaande beschieting. De bewoners vluchten, maar hij blijft met drie andere onderduikers achter. Het dorp wordt beschoten en de ondergrondse besluit hulp uit Engeland te vragen. Omdat alle communicatie met dat land is verbroken, wil ze met een boot daarnaar oversteken. De keuze valt op de reddingsboot Joan Hodson. De schipper van de boot, Jan Bakker, vraagt hen eerst de onder het zand verdwenen rails uit te graven om de boot naar zee te kunnen brengen, ondanks het gevaar van Duitse beschietingen vanaf Vlieland. Met zes gewapende Georgiërs maken ze de boot klaar en graven de rails vrij. Hij weet als verstekeling mee te varen, met medeweten van de schipper. De andere opvarenden zijn Klaas van der Kooij Gzn, diens neef Klaas van der Kooij Jzn, Wim de Bloois, Cor Dros, Remmert Hooijberg, Jaap Knol, Marinus Kooger, Jaap Westdorp en vier Georgiërs. De tocht naar Engeland begint, langs gevaarlijke batterijen en mijnenvelden. Dankzij het lawaai van Duitse beschietingen blijft hun motor onopgemerkt. Ze bereiken de Noordzee en verdelen de mijnenwacht. Het weer is mooi, maar de nachten zijn koud. Onderweg ontwapenen ze de Georgiërs die wapens hebben gesmokkeld, omdat de boot het Rode Kruis-teken draagt. Bij nadering van de Engelse kust geven ze lichtsignalen af. Een RAF-vliegtuig cirkelt boven hen en leidt hen met vetpotten naar een veilige haven. Na 26 uur op zee zetten ze voet aan land bij Wundesly. De ontvangst is hartelijk: warmte, eten en sigaretten bieden verlichting. Ze blijken door een mijnenveld te zijn gevaren. Engelse officieren nemen hun verzegelde opdracht in ontvangst. Diezelfde dag worden ze naar Londen gebracht en in quarantaine geplaatst. De Georgiërs blijven achter. Na een kruisverhoor, waarin ze hun verhaal doen, worden ze vrijgelaten en verblijven in Chester House. Dagelijks melden ze zich bij de Nederlandse politie. Eind april ontmoeten ze Koningin Wilhelmina en Prinses Juliana. Hij voelt zich eerst ongemakkelijk, maar ervaart het als een warme familieontmoeting. Ze luisteren aandachtig naar hun verhalen en tonen grote belangstelling voor de situatie in Nederland. Het wordt een onvergetelijke ochtend. Een week later volgt de capitulatie van Duitsland. Hij verlangt ernaar in Nederland te zijn om de geallieerden te zien binnenkomen. In Londen viert hij V-Day. Begin juni keert hij per oorlogsschip terug naar Nederland en wordt opnieuw gestationeerd op Texel bij de Binnenlandse Strijdkrachten. Op 1 september 1945 treedt hij weer in dienst bij de Spoorwegen in Utrecht, waar hij meewerkt aan de wederopbouw van het land.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders