Hendrikus Johannes Bouvy is op 17 september 1914 in Makassar, NOI, geboren. Hij is getrouwd met A M Hovenkamp. Sinds 26 maart 1940, dus ook tijdens de inval van het Duitse leger in Nederland, is hij officier der 1e klasse bij de Marine Stoomvaart Dienst aan boord van de Hr.Ms. Van Galen, die op 10 mei 1940 van Den Helder naar Rotterdam gaat. In de buurt van Vlaardingen wordt het schip aangevallen door Duitse Stuka's; door problemen met de 40 mm machinegeweren kunnen alleen de 12,7 mm machinegeweren worden gebruikt als luchtafweergeschut. Hoewel geen van de ruim 30 bommen raak zijn, wordt het schip wel zwaar beschadigd. Stoomleidingen springen en waterdichte schotten scheuren. Henk Bouvy, hoofd van de machinekamer, redt het leven van drie mannen en wordt hiervoor onderscheiden met de Bronzen Leeuw. Stoker-olieman G. van den Brink wordt dodelijk getroffen en er vallen enkele gewonden. Henk Bouvy doet vier pogingen om naar Engeland te gaan, een record. De eerste poging is op 20 juli 1940. Hij probeert dan met J.C. van der Plas via de Hondsbossche Zeewering te vertrekken. Op 23 juni 1941 onderneemt hij weer een de poging vanuit Petten, ditmaal met Wijnand Langeraar en Huib van der Stadt. Hun bootje ligt op een werf en zal met een vrachtauto naar Petten worden gebracht. Als de vrachtauto aankomt, blijkt er nog een tweede bootje in te zitten, bestemd voor Jelke Bosch, Harry van den Brink, Abraham Turfreijer en twee onbekend gebleven mannen. Dit laatste groepje wil zo snel mogelijk vertrekken en wacht niet op het sein 'veilig' van een van de helpers. Daardoor loopt alles mis. De poging wordt geannuleerd. Op 23 juli 1941 doen ze weer een poging vanuit Petten; ditmaal willen ook Jelke Bosch, Harry van den Brink, Willem Gerbrandy, Arnold Koldewijn, Wijnand Langeraar, Huib van der Stadt en Bram Turfreijer mee. Bouvy ontsnapt aan arrestatie. Op 20 september 1941 vertrekt hij vanuit Wieringen met Jelke Bosch, Hendrik Cohen, Rudolph Cort van der Linden, Joop van der Meij, John Siliacus en Jan van der Slikke. Het plan is bedacht door Jelke, John en Joop, die als oudste de rol van commandant krijgt. Hun boot, 645cm lang, wordt door hen naar het Amsteldiep gebracht. Om de kosten te dekken worden nog twee mannen meegenomen. Het vertrek loopt gesmeerd; hoewel ze bij Den Helder even vastlopen, bereiken ze de open zee en denken ze dat de problemen voorbij zijn. Helaas begeeft de koeling van de buitenboordmotor het en worden ze door Duitse R-boten (kleine mijnenvegers) opgepakt. Net op tijd kan Rudolph wat belangrijke papieren in zee gooien. Ze worden naar Hoek van Holland gebracht en daar verhoord. Gelukkig hebben ze met elkaar een goed verhaal ingestudeerd. Ze worden op 23 september naar het Huis van Bewaring in Scheveningen, het 'Oranjehotel', gebracht en daar verder verhoord. Daarna worden de drie marinemannen op 13 juli 1942 naar de gevangenis aan de Gansstraat in Utrecht gebracht om voor de krijgsraad te verschijnen. Ze krijgen verschillende straffen. Bouvy wordt in Utrecht veroordeeld tot vier jaar tuchthuis onder aftrek van 481 dagen preventieve hechtenis. Het vonnis wordt in maart 1945 door generaal Christiaansen bekrachtigd, waarna hij op 3 april naar Duitsland wordt gebracht. Hij is op 10 april 1945 door het 1ste leger der Amerikanen uit Siegburg bevrijd.
Bron: Digitaal Monument Engelandvaarders