V., A.W. van
Het kamp ligt dichter bij Amsterdam, waar zijn echtgenote en dochter nu wonen. Messen en de medicijnen voor zijn maagzuur moet hij afgeven. Hij wordt onderzocht op luizen en bespoten met DDT. Hij slaapt in een drukke barak met 250 dubbele bedden. Een luidspreker zorgt voor nieuws en muziek. Hij mag brieven ontvangen. Om 6 uur staat hij op. Overdag gaat hij naar de leeszaal. Er wordt aan sport gedaan ...








