
Gemeentebestuur Boxmeer, 1810-1941
Rond Boxmeer zijn uit de Romeinse tijd sporen van bewoning bekend; de Romeinse heerweg Nijmegen-Maastricht liep door Boxmeer, over de huidige Heerstraat en 't Zand. Uit stukken is bekend dat in de tweede helft van de 13e eeuw de (dan nog) graaf van Gelre het dorp Mere in leen gaf aan een zekere Jan Boc de Mere; deze woonde op het dan al bestaande kasteel. Langzaam maakte Boxmeer zich los van de invloed van het Land van Cuijk en Gelre, terwijl het ook onafhankelijk van het hertogdom Brabant wist te blijven: Boxmeer werd een vrije heerlijkheid. Dat bleef het ook toen het omliggende Land van Cuijk in Staatse handen viel; Boxmeer werd een enclave waar de katholieke godsdienst vrij uitgeoefend mocht worden. Dit betekende ook het behoud van de jaarlijkse Heilige-Bloedprocessie, Boxmeerse Vaart, een bedevaartsprocessie die sinds begin 15e eeuw gehouden wordt. Het eigendom van Boxmeer ging over op de heren van den Bergh, nog later op die van Hohenzollern-Sigmaringen. Pas in 1797 (Bataafse Republiek) werd Boxmeer gevoegd bij wat nu Noord-Brabant heet. De heerlijkheid Boxmeer verdween en Boxmeer ging vanaf toen deel uitmaken van Noord-Brabant en vanaf 1813 officieel tot het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden. [bron: wikipedia] Brabants Historisch Informatie Centrum
- Archieven Brabants Historisch Informatie Centrum
- Archief
- 7025
- Algemeen bestuur en Politiek
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer



