
Gemeentebestuur Esch, 1811-1941
Enkele historische ontwikkelingen In 1815 kwam het inwonertal voor het eerst boven de 300, namelijk 324. In 1870 werd de 500 bereikt. Binnen de teelt van de voornaamste gewassen, rogge, haver, boekweit en aardappelen treedt in de tweede helft van de negentiende eeuw een verschuiving op: de aardappelen zijn aan het eind van de negentiende eeuw duidelijk het belangrijkste gewas, terwijl de teelt van boekweit bijna geheel verdwenen is. Ook de veestapel veranderde langzaam van samenstelling: tegenover een gestage groei van het aantal koeien en varkens (van respectievelijk circa 225 en bijna 100 rond 1850 naar 325 en ruim 250 in 1900) staat een even gestage afname van de hoeveelheid schapen (van een kleine kudde van 60 schapen rond 1850 naar helemaal geen kudde meer in 1900). Het aantal paarden bleef redelijk stabiel in de negentiende eeuw, namelijk rond de 50. Dat zou pas veranderen met de invoering van tractors. De lokale nijverheid was nagenoeg volledig gericht op de lokale behoeften (bakker, slager, smid). Enkele brouwerijen bedienden voor 1900 een ruimer gebied, maar konden het economisch uiteindelijk toch niet bolwerken. In de loop van de negentiende eeuw verdwenen ze bijna allemaal.
- Archieven Brabants Historisch Informatie Centrum
- Archief
- 5002
- Algemeen bestuur en Politiek
Bij bronnen vindt u soms teksten met termen die we tegenwoordig niet meer zouden gebruiken, omdat ze als kwetsend of uitsluitend worden ervaren.Lees meer



